Editorial #43
Wat voor tijd is dit?
Twaalf jaar geleden was ik op de plek waarvan je een foto op de cover ziet, een plek die al jaren het achtste wereldwonder wordt genoemd, en dat terwijl er niet meer dan een handvol mensen is geweest. Het is Roden Crater van James Turrell in Flagstaff, Arizona: een observatorium in een gedoofde vulkaankegel midden in de halfwoestijn. De schaal van dit land art-kunstwerk is vergelijkbaar met de piramide van Cheops. Turrell is al sinds 1977 bezig om deze 400.000 jaar oude vulkaan van binnenuit te bouwen met gangenstelsels en kale ruimtes waar je licht en lucht ervaart, ruimte, sterren en tijd. Turrell: ‘Als je bij Roden Crater bent, word je omringd door de Painted Desert, een gebied dat bestaat in geologische tijd, en jonge, wat is dat anders dan de constructies van de mensheid.’
Ik was vanuit San Francisco naar Phoenix gevlogen en van Phoenix naar Flagstaff. De kleine Challenger 870 kwam terecht in noodweer. De piloot deelde met de passagiers zijn vertwijfeling of hij zou omkeren of niet. Hij vloog door: windstoten, bliksem, turbulentie, striemende regens en een lucht zwart als de nacht. Terwijl ik door het raampje keek, vroeg ik me af hoe ik man en zonen had kunnen achterlaten om een kunstwerk na te jagen in the middle of nowhere. Maar ‘nowhere’ bleek een punt op de aarde waar de schepping samenkwam. Nowhere bleek everywhere. Hier viel het niets samen met alles.
Het was er zo stil dat je er je bloed hoorde ruisen. Aan het einde van de kille tunnel was zonlicht. Licht dat kantelde: wat in de verte leek, bleek bij aankomst boven je. Het viel door het ronde oog (oculus) van een witgekalkt pantheon. Ingelijst door die cirkel leek de lucht geen koepel, maar plat en aanraakbaar.
We waren er vanaf 12.00 uur. We zouden tot middernacht blijven. Boven op de rand van de krater verdween de dag in de nacht: zon en maan, bliksem opnieuw, en het roze en blauwe uur boven de Painted Desert met in de verte de twee heilige rotsen van het inheemse Hopi-volk, beschenen door het laatste avondlicht. Een boog van twaalf uur op een punt waar ALLE TIJD VAN DE WERELD samenkwam: onze afgepaste GMT en de tijd van de maan, van de zon, en de diepe tijd van het oude land en de eeuwige kosmos.
We leven in een tijd op aarde waarin de oude systemen breken. Gelukkig staat ook ons idee van tijd onder druk. In het openingsessay beschrijft Yannick Fritschy hoe de natuurkunde zelf inmiddels morrelt aan onze lineaire tijdlijn – die rode pijl die altijd vooruitwijst en accelereert. Hierin citeert hij de natuurkundige Carlo Rovelli: ‘Misschien moeten we het universum niet zien als een film die zich voor iedereen in dezelfde richting afspeelt, maar als een filmrol waarop verleden, heden en toekomst tegelijk bestaan.’ Wow! Misschien is dit dan de verschuiving: van tijd tellen naar tijd ervaren. Van ‘hoe krijg ik alles gedaan?’ naar ‘wat voor tijd is dit?’ Van schaarste naar ruimte. Van te weinig tijd naar alle tijd van de wereld.
— Nicole Ex,
hoofdredacteur
Dit is het editorial van See All This #43, herfst 2026. Bestel het nummer hier.




















