Olafur Eliasson

Look Closer no. 3

In Look Closer staat één kunstwerk centraal, dat uitnodigt om langer en aandachtiger te kijken. In deze editie praten we met de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson (1967) over Deep seeing currents zijn nieuwe installatie in het ARTIS-aquarium, waarin je afdaalt in de diepzee, een reis die Eliasson confronteerde met zijn eigen, diepste angsten: ‘Misschien is het juist goed om die duisternis onder ogen te zien.’

NE:

Je noemt je werk Deep seeing currents. Waar kijken we naar?

OE:

Om te beginnen is het een donkere ruimte, waar af en toe een beetje licht te zien is. Het draait om de ervaring van de diepzee.

In aquaria is zelden een ruimte gewijd aan de diepzee, omdat die zo moeilijk toegankelijk te maken is. Bijna niemand is er ooit geweest en we beschikken over heel weinig data over de diepzee. We weten dat de druk er enorm is, dat er geen licht doordringt, maar we weten nauwelijks welke soorten er leven, laat staan hoeveel leven er is.

NE:

Maar we horen wel walvissen, toch?

OE:

Ja. Wat we wél hebben, zijn heel veel geluidsopnamen. Door de dichtheid van het water, vooral op grote diepte, verplaatst geluid zich ontzettend goed, veel beter en sneller dan in de lucht. Daardoor kun je geluiden van heel ver weg horen, zelfs van de andere kant van een oceaan.

Het geluid van een blauwe vinvis bijvoorbeeld heeft een heel lage frequentie, als een diepe bas. Je kunt het aan de andere kant van de Stille Oceaan horen. Dat is toch ongelofelijk?

We hebben samengewerkt met zes of zeven mariene-onderzoeksinstituten die geluidsopnamen maken in de diepzee. Van hen kregen we honderden heel bijzondere opnamen. Dat zijn de geluiden die je in de installatie hoort. Er is niets aan toegevoegd. Ik heb zelf geen geluid gemaakt of toegevoegd. Alles wat je hoort, is daadwerkelijk opgenomen in de diepzee.

Het is belangrijk om het verschil te begrijpen tussen hoe geluid zich door lucht en door water verplaatst. Stel dat ik in een stille ruimte heel hard roep. Dan kun je me misschien op 150 of 200 meter afstand nog horen, misschien zelfs op 300 meter als ik echt schreeuw. Maar als ik onder water met hetzelfde volume zou roepen, zou je me op 300 kilometer afstand kunnen horen.

NE:

Dat is ongelooflijk.

OE:

Stel je dan eens een blauwe vinvis voor, eigenlijk een enorme luidspreker. Als die geluid maakt, reist dat duizenden kilometers ver. Het kan letterlijk de hele Stille Oceaan oversteken.

NE:

Fascinerend, ik kan me er nauwelijks iets bij voorstellen. Heb je tijdens het onderzoek nog andere dingen ontdekt die je echt hebben verrast, behalve de manier waarop geluid zich verplaatst?

OE:

Er is natuurlijk de wetenschappelijke kant, die me interesseert, maar ik ben geen wetenschapper. Ik werk als kunstenaar. Daarom hield me vooral de vraag bezig wat de diepzee vanuit menselijk perspectief vertegenwoordigt.

Wat betekent het dat er plekken op aarde zijn waar we zo weinig van weten? Wat vertegenwoordigt dat onbekende eigenlijk?

Op de een of andere manier gaat er meer aandacht naar reizen naar de maan of Mars dan naar het verkennen van de diepzee. Misschien heeft dat te maken met ideeën over winstgevendheid en kosten.

Maar ik vraag me ook af of we de diepzee misschien liever niet onderzoeken omdat ze ons confronteert met de diepten van onze eigen psyche, of, bij wijze van spreken, de diepten van onze ziel.

God bevindt zich boven op de berg, in de hemel. Alles wat goddelijk en goed is, plaatsen we boven ons. Terwijl afdalen in de diepte juist kan betekenen dat we terechtkomen op plekken die pijnlijk of donker zijn.

NE:

En angstaanjagend.

OE:

Ja. We associëren duisternis en kou met een onbewoonbare, vijandige omgeving. Dat fascineerde me.

Toen ik de installatie begon te ontwerpen en ermee experimenteerde, wilde ik onderzoeken welke gevoelens mensen meenemen naar zo'n plek. Wat gebeurt er emotioneel wanneer we het onbekende tegemoet treden?

Bijna alles in het aquarium draait om gegevens en feiten. Je kijkt ergens naar en denkt: ‘O, wat grappig’, of: ‘Als ik op deze knop druk, gebeurt er iets.’ Dat spreekt ons rationele, lerende verstand aan. En dat is belangrijk om onze leefomgeving en het klimaat te begrijpen.

Maar misschien moeten we ook ruimte maken voor de dingen die we níét begrijpen, juist om gemotiveerd te raken om voor onze leefomgeving te zorgen.

Misschien moeten we onze eigen angsten en pijn onder ogen zien, zolang we ons veilig genoeg voelen om dat te doen. Aandacht geven aan wat zich niet zo gemakkelijk laat meten.

NE:

Werd je tijdens het onderzoek ook geconfronteerd met je eigen angsten?

OE:

Ik denk dat ik vooral mijn eigen gevoelens ben gaan verkennen. Soms kwam daar ook angst bij kijken. De diepzee vormt een belangrijk deel van onze leefomgeving. De oceaan is het grootste koolstofreservoir op aarde, en koolstof speelt een centrale rol in het huidige klimaatdebat. De oceaan heeft daarin een enorme betekenis.

Dan is er de AMOC, het systeem van oceaanstromingen in de Atlantische Oceaan, met stromingen richting IJsland, mijn geboorteland, en Noord-Europa. Daar gebeurt ontzettend veel.

Soms neemt mijn angst de vorm aan van wanhoop, of een gevoel van gevangenschap. Wat kan ik doen? Ik voel me zo machteloos. Waarom gebeurt er niet veel meer?

Ik maak me grote zorgen over het milieu. En wanneer ik naar die enorme, onbekende, donkere, koude, bijna buitenaardse wereld kijk, vraag ik me af: wat is het tegenovergestelde van die verlammende machteloosheid? Is dat vrijheid? Geluk?

Ik wil dat idee ter discussie stellen. Aan welke emotionele behoefte wordt hier niet voldaan? Wat is het tegenovergestelde van wanhoop? Volgens mij is dat verbinding. Het tegenovergestelde van wanhoop is niet geluk. Het is je verbonden voelen met andere mensen. Deel uitmaken van een maatschappelijke beweging, van een gemeenschap. Het gevoel hebben dat je wordt opgemerkt, gezien en gehoord.

Het besef dat mijn stem ertoe doet, zorgt ervoor dat ik ga stemmen. Dat ik me meng in discussies, de krant lees, verhalen vertel en luister naar de verhalen van anderen. Jij werkt in de media, en wat wij hier doen, is verhalen delen. Verhalen vormen de basis van waaruit verbinding ontstaat.

Als ik nadenk over mijn eigen angsten, besef ik dat ik bang ben om de verbinding te verliezen. Ik ben bang dat wat ik doe er niet toe doet, dat ik mijn gevoel van zingeving kwijtraak. Met de milieucrisis is dat iets waar ik me veel zorgen over maak. Soms houd ik op met me zorgen maken, simpelweg omdat ik niet meer weet wat ik moet doen. En dat brengt een eigen soort pijn met zich mee.

Dus ja, ik weet niet of deze installatie daar rechtstreeks over gaat, maar indirect zeker wel. Ik wilde die urgentie toelaten. Misschien is het juist goed om die duisternis onder ogen te zien. Misschien begint het aanpakken van de klimaatcrisis wel met naar binnen kijken.

Het gaat er niet om anderen te vertellen wat ze moeten doen, maar om jezelf af te vragen wat jij kunt doen. En dat begint bij ons eigen lichaam, bij ons onderbuikgevoel.

NE:

Hoe kunnen we leren zorgen voor een wereld die we waarschijnlijk nooit met eigen ogen zullen zien? Je had het over verbondenheid, maar is dat ook het antwoord? Hoe leren we om die zorg te voelen?

OE:

Ik denk niet dat we dat hoeven te leren. Volgens mij weten we al hoe we moeten zorgen. Alleen zijn we misschien niet voldoende gemotiveerd, of weten we niet of onze inspanningen effect hebben. We zijn er niet van overtuigd dat wat we doen ertoe doet.

We wachten op iemand die meer macht heeft dan wij om het probleem op te lossen: politici, grote bedrijven, internationale ondernemingen. We wachten tot zij in actie komen. Maar we zouden helemaal niet moeten wachten. We hebben een keuze. We kunnen invloed uitoefenen. We kunnen stemmen, bewust kiezen wat we kopen, ons uitspreken.

Maar ik geloof ook dat ieder van ons, als individu, als klein deeltje van een veel groter geheel, de mogelijkheid heeft om iets kleins te doen dat toch betekenisvol is. En we weten wat we moeten doen.

NE:

Weten we dat echt?

OE:

Volgens mij is het, als we het niet weten, een kwestie van een paar minuten nemen om het uit te zoeken.

We weten dat we keuzes kunnen maken in de producten die we kopen, onze energieleverancier en de manier waarop we leven. Zelfs een klein beetje doen is al meer dan helemaal niets doen. We hebben inmiddels twintig, dertig jaar besteed aan voorlichting en bewustwording. Nu gaat het om aanpassen en daadwerkelijk in praktijk brengen wat we weten.

Maar op een persoonlijker niveau kunnen we ook beginnen met ons eigen lichaam. We moeten ergens beginnen, en dat begint bij onszelf. Als we goed voor ons lichaam zorgen, zorgen we ook voor de wereld. We moeten onszelf bovendien toestaan ongemakkelijke gedachten te hebben.

Als samenleving hebben we geleend van de toekomst. Onze kinderen en kleinkinderen zullen die lening moeten terugbetalen. De ecologische schuld, de schuld aan de planeet die we hebben opgebouwd om te kunnen leven zoals we vandaag leven.

We kunnen achteroverleunen en hopen dat iemand met een geniale uitvinding komt die alles oplost. En misschien komen er inderdaad nieuwe uitvindingen. Maar hoe waarschijnlijk is het dat technologie werkelijk alles zal oplossen? Dat lijkt me wel heel optimistisch. We moeten zelf manieren vinden om deze uitdagingen aan te gaan. En volgens mij begint dat met het stellen van moeilijke vragen.

NE:

Wat is de moeilijke vraag die we onszelf moeten stellen?

OE:

Voel ik me alleen? Heb ik het gevoel dat ik iets aan mijn situatie kan veranderen? Voel ik me gekwetst? Heb ik het gevoel dat er iemand naar me luistert? Welke emotionele behoeften heb ik? Wordt daaraan tegemoetgekomen door de samenleving, door mijn vrienden? Schaam ik me? Of durf ik mijn eigen duisternis onder ogen te zien?

NE:

Maar zelfs jij staat er niet alleen voor. Je hebt een stem, een manier om je uit te drukken. Je doet dit al jaren en toch beschrijf je dat gevoel van angst, dat je niet genoeg doet.

OE:

Ik denk dat we dat allemaal gemeen hebben. Ik ben kunstenaar. Ik gebruik mijn vaardigheden als kunstenaar om bepaalde onderwerpen aan de orde te stellen. Jij bent onder meer journalist en gebruikt jouw vaardigheden om verhalen te vertellen. Volgens mij heeft iedereen de mogelijkheid om binnen zijn of haar eigen vakgebied iets bij te dragen.

Ik heb het geluk gehad met geweldige mensen samen te werken en ben inmiddels een kunstenaar geworden die veel zichtbaarheid heeft. Dat brengt extra verantwoordelijkheid met zich mee. Ik moet ervoor zorgen dat ik die zichtbaarheid op een verstandige en verantwoorde manier gebruik.

Maar als privépersoon leef ik nog altijd volgens dezelfde fundamentele principes als ieder ander. Ik moet keuzes maken over hoe ik met andere mensen omga, hoe ik wil leven. En soms raak ik de draad kwijt. Ik maak fouten. Dat geef ik eerlijk toe. Ik probeer af te wegen wat goed en fout is en vervolgens het juiste te doen. Soms lukt het me zelfs om het juiste te doen zonder een fout te maken...

NE:

... Dankjewel

OE:

Volgens mij zijn we daar allemaal mee bezig.

Het wordt pas echt moeilijk wanneer mensen zich vervreemd en niet meer verbonden voelen. Dan kunnen ze irrationeel gaan handelen. Ze worden vatbaarder voor radicalisering, voor verwrongen ideeën over macht, economie en kapitaal.

Zodra we verbondenheid ervaren tussen onze verhalen, onze levensverhalen, geloof ik dat we eerder geneigd zijn om in elkaars belang te handelen dan ten koste van elkaar.

Ik denk ook dat het belangrijk is om te erkennen dat wij mensen toegang tot wetenschap nodig hebben. Mijn werk ligt misschien dichter bij de sociale wetenschappen dan bij de natuurwetenschappen, maar het vormt een brug tussen die twee.

Toen ik hier kwam en al die aquaria zag, realiseerde ik me iets. Wat ik iedereen die dit aquarium bezoekt zou aanraden, is om eens achter de schermen te kijken. Daar kun je de machines zien die de aquaria draaiende houden.

Al die techniek is nodig om na te bootsen wat de natuur helemaal zelf doet. De enorme hoeveelheid werk die erbij komt kijken om de natuur te imiteren, laat zien hoe vernuftig de natuur eigenlijk is.

Recente verhalen