Paul Signac in Kunsthal Rotterdam
Lichtpunten
Tegen de rauwe achtergrond van industrialisatie en onrust schilderde Paul Signac (1863-1935) utopische landschappen opgebouwd uit gekleurde stippen. Kunsthal Rotterdam brengt zijn lichtgevende werelden samen met die van de internationale neo-impressionisten.
Signac geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het pointillisme, de stroming die ontstond in het kielzog van nieuwe wetenschappelijke inzichten in licht en waarneming. Wie zijn werk ziet, ervaart de werking van die techniek heel direct, vertelt curator Joris Westerink. ‘De complementaire kleuren die hij naast elkaar aanbracht, worden als het ware in je ogen gemengd, waardoor zijn doeken bijna licht lijken te geven.’
De tentoonstelling die dit najaar opent, heet dan ook toepasselijk Symphony of Colours. ‘De titel verwijst naar een vergelijkbare sensatie als bij muziek: in een symfonie vormen afzonderlijke klanken samen één geheel.’ Die gedachte van samenhang uit losse elementen sprak ook andere kunstenaars aan. In Nederland kreeg het pointillisme eveneens voet aan de grond. Jan Toorop, de bekendste Nederlandse vertegenwoordiger, zag Signacs werk in Brussel.
Signac bleef het pointillisme trouw, ook toen andere kunstenaars de techniek te tijdrovend begonnen te vinden. Bovendien groeide hij uit tot een onvermoeibare ambassadeur van het neo-impressionisme en onderhield hij een groot internationaal netwerk. ‘Zonder Signac was het neo-impressionisme minder van de grond gekomen,’ zegt Westerink. Signac organiseerde tentoonstellingen waarop hij ook het werk van Georges Seurat toonde, publiceerde over de nieuwe schildermethode en begeleidde andere kunstenaars, onder wie Jeanne Selmersheim-Desgrange, zijn tweede levensgezellin. Ook kunstenaars als Henri Matisse logeerden bij hem thuis.
Het is lang geleden dat in Nederland zo’n omvangrijke selectie uit Signacs oeuvre bijeen was. Naast ruim dertig schilderijen van zijn hand toont de Kunsthal zo’n zestig werken van kunstenaars uit Frankrijk, België en Nederland, onder wie neo-impressionisten als Lucie Cousturier en Anna Boch. Een tijdlijn in de tentoonstelling plaatst zijn werk in de context van zijn leven en internationale netwerk. Daarin zijn ook belangrijke momenten opgenomen, zoals de dood van zijn vriend Seurat, die hem diep raakte, en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, waardoor veel van zijn internationale contacten werden ontregeld.
Bijzonder is de link met Nederland: Signac bezocht Rotterdam meermaals en schilderde daar de haven een aantal keren. Ook te zien op de tentoonstelling zijn een havengezicht van Vlissingen en een aquarel die hij in Volendam maakte. ‘Het einde van de negentiende eeuw was een rauwe tijd,’ vertelt Westerink. ‘De industrialisatie schreed voort, maar ook de anarchistische beweging groeide, met haar aandacht voor de positie van arbeiders. Daardoor heeft het werk van de neo-impressionisten ook een utopische sfeer.’
Na de dood van Seurat vestigde Signac zich in Saint- Tropez, destijds nog een vissersdorp. ‘Daar schilderde hij landschappen die bijna als utopieën werden gepresenteerd, alsof hij wilde zeggen dat het leven ook van een ongelofelijke schoonheid kan zijn. Dat is in de huidige tijd een hoopvolle gedachte.’
Signac: Symphony of Colours is van 24 oktober t/m 28 februari 2027 te zien in de Kunsthal in Rotterdam.
Het volledige seizoensoverzicht lees je in het herfstnummer van See All This. Bestel een exemplaar in onze shop >




















