Kohl
Een ultrakorte geschiedenis van eyeliner.
Schoonheid kan versieren, verbergen, beschermen en transformeren. Weinig cosmetica belichamen al deze betekenissen zo treffend als kohl, oftewel eyeliner.
Overal ter wereld, op elk continent, zoeken mensen naar schoonheid. We verlangen ernaar, hunkeren ernaar. We hebben schoonheid nodig zoals we water nodig hebben. En tegelijk verspillen en negeren we ze allebei even achteloos. De aarde en al haar levende wezens leren ons dat de natuur nooit alleen maar mooi is. De felle kleuren en patronen van de monarchvlinder waarschuwen roofdieren en houden ze op afstand. De fluweelzachte, bijna dierlijke orchidee, geëvolueerd om op een bij te lijken, heeft haar schoonheid nodig voor bestuiving. En wanneer een paradijsvogel zijn dans voor een mogelijke partner uitvoert, schuilt er achter die performance een biologische urgentie.
De vroegste vormen van make-up en cosmetica keken de kunst af van de natuur. Make-up als traditie is onlosmakelijk verbonden met spiritualiteit en bescherming. Het begint met oker in prehistorisch Afrika, waar vroege homo sapiens geloofden dat de felle kleur – die deed denken aan bloed en levensenergie – wanneer aangebracht op de huid kon bijdragen aan leven, dood, opstanding en wedergeboorte. Henna, aangebracht op handen en voeten, werkte verkoelend voor het lichaam, maar symboliseerde ook wijsheid, kracht en culturele trots. Vermiljoen gekleurde wangen en lippen, maar het oranjerode pigment verwees ook naar diepere spirituele betekenissen als de ziel van de aarde, geluk en eeuwigheid. Toch dragen weinig cosmetica al die betekenissen zo sterk in zich als eyeliner: de donkere lijn rond het oog, die door de eeuwen heen werd gebruikt als geneesmiddel, goddelijke verbinding, bescherming en schoonheid.
Lang voordat eyeliner in het Westen een ‘must-have’ beautyproduct werd, had het al een diepgewortelde geschiedenis in Noord- en Oost-Afrikaanse, Midden-Oosterse en Zuid-Aziatische culturen. Het verhaal begint bij de mannen en vrouwen van de Nijl, die hun ogen omlijnden met mesdemet, de vroegst bekende vorm van eyeliner, die teruggaat tot 3100 v.Chr. In het oude Egypte werd verfraaiing gezien als een weg naar het goddelijke. Hoe mooier je jezelf maakte, hoe groter de kans dat een god je zou opmerken – zoals Horus, die zelf zwaar omlijnde ogen droeg en symbool stond voor voorspoed en bescherming.
Mannen en vrouwen in het oude Egypte droegen mesdemet niet alleen om hun gelaatstrekken te verfraaien, maar ook vanwege de praktische en medicinale eigenschappen ervan. Het hielp de ogen beschermen tegen de barre omstandigheden van de woestijn en zou bescherming bieden tegen ziekte en vervloekingen. Het was ook een teken van klasse: welgestelde Egyptenaren gebruikten galeniet (zwavellood) van hogere kwaliteit uit de Rode Zee, terwijl anderen zich wendden tot roet gemaakt van amandelschillen, zonnebloemen of wierook. In de loop der tijd werd mesdemet breder bekend als kohl, van het Arabische al-kuḥl, een donkere cosmetica op basis van natuurlijke grondstoffen. Op het Arabisch Schiereiland bleef kohl zowel spiritueel als medicinaal: het werd gebruikt om ontstoken ogen te verkoelen, ze te beschermen tegen zon en stof, en het lichaam evenzeer te beschermen als te verfraaien.
In Arabische culturen was kohl nooit slechts een product, maar ook een ambacht en een sociale praktijk, thuis of in gezelschap gemaakt en vaak door vrouwen doorgegeven aan dochters en kleindochters. Via handel en culturele uitwisseling tijdens de Mogolperiode bereikte kohl ook Zuid-Azië, waar kajal diep verweven raakte met Indiase en Zuidoost-Aziatische geschiedenissen. In veel Zuid-Aziatische culturen worden de ogen gezien als een poort tussen het innerlijk en de buitenwereld. Men kon zich beschermen tegen het boze oog – het geloof dat iemand onbedoeld schade of ongeluk kan toebrengen – door die poort, de ogen, met kajal te verzegelen. Ouders van pasgeboren baby’s beschermden, en beschermen nog altijd, hun spirituele en lichamelijke welzijn door een vleugje kajal op hun voorhoofd aan te brengen als pantser tegen krachten van buitenaf. In de Subhashitavali, een vijftiende-eeuwse bundel erotische poëzie, verschijnt kajal ook als onderdeel van het vrouwelijke mooimaakritueel vóór een ontmoeting met een geliefde – een teken dat schoonheid, bescherming en verlangen samen konden komen in die ene donkere lijn.
Toen eyeliner rond 1912 zijn intrede deed in het Westen, na de ontdekking van de buste van Nefertiti, raakte veel van die diepere context verloren. Het met kohl omlijnde oog werd een modebeeld: geëxotiseerd, gestileerd en al snel gecommercialiseerd. Merken als Maybelline verkochten eyeliner als een mysterieuze drager van glamour, macht en verleiding. De look bleef, maar veel van de spirituele, medicinale en beschermende betekenissen die kohl elders had gedragen, verdwenen naar de achtergrond.
Terwijl eyeliner in het Westen steeds meer een commercieel product werd, hielden queer gemeenschappen – en vooral de dragcultuur – vast aan een aantal van de oudere betekenissen ervan, en gebruikten make-up als pantser, transformatie en middel om zichzelf vorm te geven. Deze geschiedenissen zijn lang buiten beeld gebleven, niet in de laatste plaats door anti-zwart racisme en discriminatie van LGBTQIA+-gemeenschappen. In de jaren zestig kwamen make-up en eyeliner opnieuw centraal te staan binnen seksuele bevrijding, Black power en een ondergrondse queercultuur: als middel tot identiteit, performance en zelfexpressie. Drag is de kunst van de theatrale overdrijving en overschrijdt, net als eyeliner zelf, bewust grenzen; vaste ideeën over waarheid en gender worden er uitvergroot, bevraagd en op losse schroeven gezet.
In 2025 erkende UNESCO kohl als immaterieel cultureel erfgoed – een bevestiging van wat gemeenschappen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten al lang weten. Zoals Zahra Hankir in Eyeliner: A Cultural History (2023) schrijft: eyeliner is meer dan wat op het eerste gezicht zichtbaar is. Kohl blijft onlosmakelijk verbonden met ritueel, geneeskunde, spiritualiteit en zelfexpressie: een levende traditie die zich over grenzen, culturen en generaties heeft bewogen, en die eraan herinnert dat schoonheid nooit alleen oppervlakkig is.
Deze tekst is grotendeels gebaseerd op het werk van de Libanees-Britse journaliste Zahra Hankir en haar boek Eyeliner: A Cultural History, dat als belangrijke bron diende.
Dit is een artikel uit See All This #42, zomer 2026. Bestel het nummer hier.




















