Het lichaam van de president
Hoe macht gestalte krijgt
Nog voordat een leider spreekt, heeft zijn lichaam al gesproken. Het nieuws is geen nieuws meer. We zitten vast aan een infuus dat telkens dezelfde beelden toedient. Poetin, Orbán, Netanyahu, de onvermijdelijke Trump. Dezelfde beelden, dezelfde mannen, dezelfde verschijningen. Maar wat zien we precies, als we naar hen kijken?
Opvallend genoeg is er relatief weinig geschreven over het lichaam van de president als politiek instrument. Een van de weinigen die dit onderwerp systematisch heeft onderzocht, is de Franse historicus Thomas Snégaroff. In zijn werk kijkt hij niet alleen naar wat presidenten doen, maar naar hoe zij verschijnen: hun houding, presentatie, kleding, en bovenal hun lichaam, en wat dat lichaam moet uitbeelden. Hij wijdde er boeken aan, zoals L’Amérique dans la peau (2012) en een collegereeks aan Sciences Po. Snégaroff laat zien dat deze focus op het lichaam niet zonder gevolgen is: die obsessie met het lichaam van de president is institutioneel gevaarlijk en bovendien oneerlijk, aangezien vrouwen fundamenteel in het nadeel zijn. Daarover later meer.
In L’Amérique dans la peau citeert de historicus de achttiende-eeuwse Engelse jurist Edmund Plowden, die stelde dat de koning twee lichamen heeft. Er is het ‘natuurlijke lichaam’, de fysieke huls, die vatbaar is voor kwalen en ouderdom, die sterfelijk is. En dan is er zijn ‘politieke lichaam’: de regering, de instituties. De Amerikaanse politicoloog Michael Rogin heeft in de jaren 1980 het twee-lichamenmodel slim gecompliceerd en toegepast, door te zeggen dat het politieke lichaam ook het natuurlijke lichaam beïnvloedt; de president belichaamt Amerikaanse mythen, dromen en waarden.
Die belichaming dient als legitimatie van de presidentiële macht. Koningen hoeven hun macht niet te legitimeren. Historisch gezien regeerden Europese koningen volgens het droit divin, het goddelijke recht. Ze waren Zijn aardse plaatsvervangers. Tegenwoordig is de overerving van de titel een legitimatie op zich. De koning is de zoon van de koning is de zoon van de koning. Er hangt dus minder af van de belichaming door de koning – hij is vanzelfsprekend. Voor moderne staatshoofden, gekozen premiers in consensusdemocratieën, geldt weer iets anders; het lichaam van het staatshoofd is minder van belang. Hij vertegenwoordigt een compromis, en spreekt namens het kabinet. Voor autoritaire leiders – denk aan Poetin maar ook aan andere hedendaagse machtsfiguren – is die belichaming juist wel van cruciaal belang, omdat hij de staat ís. Vandaar die historische foto’s van Poetin met ontbloot bovenlijf, op een paard in de natuur.
Het lichaam van de president, en met name dat van de Amerikaanse president, Snégaroffs voornaamste studieonderwerp, wordt voortdurend bekeken, beoordeeld en geïnterpreteerd, door collega-politici, door kiezers, door media. De president moet daarom een bepaald soort lichaam hebben en aanwenden, aldus Snégaroff. Het moet de waarden van de gezonde natie uitbeelden: vitaliteit, stabiliteit, morele kracht, charisma. George Washington, de allereerste president, werd steevast afgebeeld als een beheerste, daadkrachtige patriarch. Op de vele iconische portretten die van hem zijn gemaakt, is zijn houding klassiek. Schouders ontspannen, rechte rug, borst vooruit, heldere blik. Kunsthistorisch gezien kun je, afgaande op de schildersportretten van de verschillende presidenten, zeggen dat de president afwisselt tussen de Griekse held (kracht en moed) en de Romeinse stoïcijn (beheersing). Vooral sinds de begintijd van de natiestaat zijn het traditioneel ‘mannelijke’ eigenschappen die worden gekoppeld aan de gezondheid en de kracht van een natie.
Verloor een natie of een rijk aan respect, zoals het Ottomaanse Rijk in de negentiende eeuw, dan was het ineens ‘de zieke man’ van Europa. Tegenwoordig wordt hetzelfde weleens over Duitsland gezegd, vanwege de economische stagnatie. Wanneer een president zwak of ziek lijkt, wordt dat dan ook ervaren als een existentieel probleem voor de natie. Met zichtbaar ongemak keek het Amerikaanse publiek naar de aftakelende Joe Biden, die nu eens van zijn fiets viel en dan weer een toespraak verhaspelde. Iets soortgelijks gaat op voor een president die wordt vermoord. ‘Daar stierf geen mens,’ schrijft Snégaroff over de moord op John F. Kennedy in 1963, ‘maar een Amerikaanse droom, een fantasma.’ Het natuurlijke lichaam én het politieke eindigden op een en hetzelfde moment. Zoals Bob Dylan zong in zijn zeventien minuten durende ballade over de moord: ‘They killed him once and they killed him twice.’
Dit is een artikel uit See All This #42, zomer 2026. Bestel het nummer hier.




















