Het lichaam van water
Eindeloos in beweging, een eindeloze gedaanteverwisseling
Water is niet alleen water. Het is een lichaam dat beweegt, herinnert en terugkeert. In Still Water (The River Thames, for Example) (1999), een fotografische serie waarin het oppervlak van de rivier verschijnt in steeds wisselend licht, weer en spiegeling, schrijft kunstenaar Roni Horn over zwart water als iets duisters, weerspiegelends en ondoorgrondelijks – iets dat ‘betovert en onderwerpt’, iets dat levend genoeg is om gedachten en tijd mee te sleuren in zijn stroom. Naar water kijken, suggereert zij, is ook naar binnen kijken: ‘Wanneer je je weerspiegeling in water ziet, herken je dan het water in jezelf?’
Een oceanoloog vertelde me onlangs dat één enkele druppel water duizend jaar nodig heeft om terug te keren naar zijn plaats. Hoe dat wetenschappelijk te bewijzen valt, weet ik niet, maar als beeld voelt het onmiskenbaar waar. Water is oeroude materie in voortdurende transformatie. Er is altijd evenveel water op aarde geweest: eindeloos circulerend, voortdurend van gedaante veranderend. Het verschijnt als sneeuw, mist, regen, rivier, oceaan, zweet en tranen. Het bevriest, verdampt, overstroomt, verdwijnt ondergronds, welt weer op als bron of stort zich omlaag als waterval.
In Robert Macfarlanes Is a River Alive? (in het Nederlands vertaald als Leeft een rivier?) verschijnen rivieren niet langer alleen als grondstof, maar als dragers van rechten, als levende aanwezigheid. Zo kreeg de Whanganui-rivier in Aotearoa – de Māori-naam voor Nieuw-Zeeland – een eigen juridische status: de rivier werd erkend als rechtspersoon, met wettelijke bescherming als levend wezen. Water wordt een subject in plaats van een decor. Ook andere denkers en makers komen tot vergelijkbare inzichten: de inheemse watersystemen die Julia Watson onderzoekt in Lo—TEK Water: A Field Guide for TEKnology tonen eeuwenoude vormen van wederkerige kennis tussen mensen en levende waterlandschappen. Zelfs hedendaagse experimenten die water beschouwen als iets dat reageert op trilling en geluid drukken een aanhoudend verlangen uit om water te begrijpen als iets bezields, ontvankelijk en levend.
Het menselijk lichaam bestaat voor ongeveer zestig procent uit water. Onze innerlijke getijden blijven verbonden met het water buiten ons. Ook in Ana Mendieta’s silhouetten, die oplossen in rivieren en modder, verdwijnt het lichaam niet in de natuur, maar keert het ernaar terug – het wordt één met het landschap dat het heeft gevormd. Geen enkel water staat los van ander water, schrijft Horn. Geen enkel lichaam staat op zichzelf.
Dit artikel is afkomstig uit See All This 42 – The Body. Bekijk de portfolio hier.




















