Tegen de gewone taal: de taal van het lichaam

Een essay van Kathy Acker

Wat gebeurt er met taal wanneer het lichaam de overhand neemt? In het verlengde van See All This #42 – The Body met Marlene Dumas richten we online de blik op avant-gardeschrijver Kathy Acker, wier werk radicaal, experimenteel en onmiskenbaar eigen was.

Begin jaren tachtig ontdekte Acker gewichtheffen, en al snel trainde ze met de baanbrekende vrouwelijke bodybuilder – en muze van Robert Mapplethorpe – Lisa Lyon. Naarmate ze dieper in die wereld doordrong, begon bodybuilding te verschuiven van sport naar kunstproject: een manier van denken via het lichaam, en van leren voorbij, of zelfs tegen, de gewone taal in. Maar schrijven over wat ze in de gym ervoer, bleek niet eenvoudig. Ze wist dat ze zich in een rijke en complexe wereld bevond, maar haar lichaam hield zich afzijdig van de conventionele verwoording ervan. ‘Hoe ziet taal er op die plek uit?’, vroeg ze zich af. ‘Wat gebeurt er eigenlijk wanneer ik aan bodybuilding doe?’ Hieronder publiceren we een selectie uit haar essay Against Ordinary Language: The Language Of The Body (1993).

Fig 1. Film still van Kathy Acker in de gym, The South Bank Show (tv-aflevering, 1984)

Voorwoord: dagboek

Ik doe nu tien jaar aan bodybuilding, serieus al bijna vijf jaar. De afgelopen jaren heb ik geprobeerd over bodybuilding te schrijven. Meteen na elke training beschreef ik alles wat ik zojuist had ervaren, gedacht en gedaan. Zulke dagboeknotities zouden het ruwe materiaal leveren. Na elke training vergat ik het: te schrijven. Steeds opnieuw. Ik… een deel van mij… het deel van het ‘ik’ dat aan bodybuilding doet… wees taal af, elke verbale beschrijving van de processen van bodybuilding. Ik zal beginnen bodybuilding te beschrijven, erover te schrijven, op de enige manier die mij mogelijk is: ik zal beginnen met die afwijzing van gewone of verbale taal te analyseren. Wat is het beeld van de vijandschap tussen bodybuilding en verbale taal?

Een taal die sprakeloos is

Stel je voor dat je in een vreemd land bent. Omdat je daar langere tijd zult blijven, probeer je de taal te leren. Op het moment dat je aan die nieuwe taal begint, net vóór je ook maar iets begrijpt, begin je je eigen taal te vergeten. In die vreemdheid bevind je je zonder taal. Hier, in deze geografie van géén taal, deze negatieve ruimte, kan ik bodybuilding beginnen te beschrijven. Want ik beschrijf datgene wat taal afwijst. […] Ik ben elke vier dagen drie dagen in de gym. Wat gebeurt daar? Hoe ziet taal er op die plek uit? Volgens het cliché zijn atleten dom. Bedoeld wordt: onuitgesproken, onarticuleerbaar. De gesproken taal van bodybuilders maakt dat cliché waar. De verbale taal in de gym is minimaal en bijna betekenisloos, teruggebracht tot getallen en een paar zelfstandige naamwoorden. ‘Sets’, ‘squats’, ‘reps’… De enige werkwoorden zijn ‘doen’ of ‘falen’; bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden bestaan niet langer; zinnen, als ze er al zijn, zijn eenvoudig. […]

Wat er in die minuten gebeurt, is dat ik vergeet. Massa’s kolkende gedachten, voor zover ik ze in woorden omzette zolang ik me ervan bewust was, verdwijnen zodra geest of denken begint te focussen. […] Bodybuilding is een proces, misschien een sport, waarbij iemand zijn of haar eigen lichaam vormt. Dat vormen is altijd verbonden met de groei van spiermassa. Tijdens aerobics en circuittraining worden hart en longen getraind. Maar spieren groeien alleen als ze niet simpelweg geoefend of bewogen worden, maar daadwerkelijk worden afgebroken. De algemene wet achter bodybuilding is dat spierweefsel, als het op gecontroleerde wijze wordt afgebroken en vervolgens de juiste groeifactoren krijgt – voeding en rust bijvoorbeeld – groter terugkomt dan ervoor. Om specifieke spiergroepen af te breken, welke je maar wilt vergroten, moet je die geïsoleerd trainen tot falen. Bodybuilding zou je kunnen zien als iets dat nergens anders over gaat dan falen. Een bodybuilder werkt altijd rond falen. Ofwel ik train een geïsoleerde spiermassa, bijvoorbeeld een van de koppen van de triceps, tot falen. Om dat te doen belast ik die spiergroep bijna tot het punt waarop ze niet langer kan bewegen. […]

Ik wil mijn lichaam shockeren tot groei; ik wil het niet beschadigen. Daarom is falen in bodybuilding altijd verbonden met tellen. Ik bereken welk gewicht ik moet gebruiken; vervolgens tel ik hoe vaak ik dat gewicht optil en de seconden tussen elke lift. Zo controleer ik de intensiteit van mijn training. […] Wat doe ik wanneer ik aan bodybuilding doe? Ik visualiseer en ik tel. Ik schat gewicht; ik tel sets; ik tel herhalingen; ik tel seconden tussen herhalingen; ik tel tijd, seconden of minuten, tussen sets: van het begin tot het eind van elke training moet ik, om de intensiteit vast te houden, voortdurend tellen. Daarom wordt de taal van een bodybuilder gereduceerd tot een minimale, zelfs gesloten reeks zelfstandige naamwoorden en tot numerieke herhaling, tot een van de eenvoudigste taalspelen. Laten we dit taalspel een naam geven: de taal van het lichaam. […]

Fig 2. Film still van Kathy Acker in de gym, The South Bank Show (tv-aflevering, 1984)

De rijkdom van de taal van het lichaam

[…] Hier is de taal van het lichaam; hier ligt misschien de reden waarom bodybuilders bodybuilding ervaren als een vorm van meditatie. ‘Ik begreep de verleiding die schuilt in een leven dat alles terugbrengt tot de eenvoudigste vorm van herhaling,’ zegt Canetti. Een leven waarin betekenis en essentie niet langer tegenover elkaar staan. Een leven van meditatie. ‘Ik begreep wat die blinde bedelaars werkelijk zijn: de heiligen van de herhaling…’ […]

De herhaling van het ene: een glimp van chaos of essentie

Ik ben in de gym. Ik begin te trainen. Ik zeg óf de naam ‘bench press’, loop er dan naartoe, óf ik loop er simpelweg naartoe. Vervolgens zie ik misschien het getal van mijn eerste gewicht voor me; waarschijnlijk leg ik, omdat ik meestal met hetzelfde opwarmgewicht begin, gewoon de juiste schijven op de stang. Ik til de stang uit het rek, laat hem zakken naar mijn onderborst, tel ‘1’. Ik visualiseer die stang, zorg ervoor dat hij mijn borst op precies de juiste plek raakt, leg hem terug op het rek. ‘2’. Ik herhaal exact dezelfde bewegingen. ‘3’… Na twaalf herhalingen tel ik dertig seconden terwijl ik het gewicht verhoog. ‘1’… Het identieke proces begint opnieuw, alleen eindig ik nu bij ‘10’… Al die herhalingen houden pas op wanneer mijn training voorbij is. […]

Gisteren trainde ik bijvoorbeeld borst. Normaal druk ik de stang plus zestig pond moeiteloos zes keer. Gisteren kreeg ik dat gewicht onverwacht bij de zesde herhaling amper nog omhoog. Ik zocht naar een reden. Slaap? Voeding? Beide waren zoals gewoonlijk. Emotionele of werkstress? Niet meer dan anders. Het weer? Niet overtuigend genoeg. Mijn onverwachte falen bij de zesde herhaling stelde me in staat, alsof door een raam, niet naar een buitenwereld maar naar de binnenkant van mijn eigen lichaam te kijken, naar zijn werking. Ik kreeg toestemming een glimp op te vangen van de wetten die mijn lichaam beheersen, wetten van verandering of toeval, wetten die nauwelijks, als ze al kenbaar zijn, gekend kunnen worden. Door te proberen mijn lichaam via de berekende middelen en methoden van bodybuilding te beheersen, te vormen, en daar telkens opnieuw in te falen, kom ik in aanraking met datgene wat zich uiteindelijk niet laat beheersen of kennen: het lichaam. In die ontmoeting ligt de fascinatie, zo niet het doel, van bodybuilding. Oog in oog komen te staan met chaos, met mijn eigen falen of met een vorm van dood.

Canetti beschrijft de architectuur van een doorsnee huis in het geografische labyrint van Marrakesh. Het binnenste van het huis is koel, donker. Er zijn weinig, of helemaal geen, ramen die uitkijken op de straat. De hele constructie van het huis – ramen enzovoort – is naar binnen gericht, op de centrale binnenplaats, waar alleen openheid naar de zon bestaat. Zo’n architectuur is een spiegel van het lichaam: wanneer ik verbale taal terugbreng tot minimale betekenis, tot herhaling, sluit ik de buitenramen van het lichaam. Betekenis nadert de adem terwijl ik aan bodybuilding doe, terwijl ik me begin te bewegen door de labyrinten van het lichaam, om, al is het maar voor een seconde, datgene te ontmoeten wat mijn bewustzijn gewoonlijk niet kan zien. In onze cultuur fetisjeren en verachten we de atleet tegelijkertijd, een arbeider van het lichaam. Want we leven nog altijd onder het teken van Descartes. Dat teken is ook het teken van het patriarchaat. Zolang we het lichaam – dat wat onderhevig is aan verandering, toeval en dood – blijven beschouwen als iets walgelijks en vijandigs, zullen we onszelf blijven beschouwen als gevaarlijke anderen.

Fig 3. Een optreden van Kathy Acker rond 1985; foto door Leon Morris/Hulton Archive/Getty Images.

Deze tekst is, voor zover ons bekend, niet eerder in het Nederlands gepubliceerd. De hier opgenomen selectie is speciaal voor See All This vertaald.

Against Ordinary Language: The Language Of The Body verscheen oorspronkelijk in 1993 in The Last Sex: Feminism and Outlaw Bodies (red. Arthur Kroker en Marilouise Kroker), uitgegeven door Macmillan. Met dank aan Matias Viegener en de Kathy Acker Literary Trust. Lees de volledige tekst hier.

Wie dieper in het werk van Kathy Acker wil duiken, kan terecht bij de tentoonstelling Blood, Guts, and Anarchy: The Work of Kathy Acker, die van 28 februari 2026 tot 28 februari 2027 te zien is in West (de voormalige Amerikaanse ambassade in Den Haag).

Recente verhalen