BREAKING #303
‘Niets blijft en niets vergaat’
Ze had de Metamorfosen van Ovidius (43 v.Chr.-17 n.Chr) moeten lezen tijdens haar studie, vertelde ze. Blij verrast vergat ik te vragen wat dat haar had gebracht. Daar staat ze. Op de vroege persopening van Metamorfosen in het Rijksmuseum. Ze belichaamt alles waar het hier over gaat – met die kleine zeemeermin in haar buik, die over een maand door haar op land wordt gejaagd.
Alles verandert: ‘Niets blijft en niets vergaat,’ is de simpele conclusie van de Latijnse dichter, en dat schrijft-ie mooi, en dat voelt ook zo, maar er zijn dagen dat je die duizelingwekkende en hopeloze reeks gedaantewisselingen wel wat kan. Momenten waarop je die tollende wereld zou willen toeschreeuwen: ‘Nu even niet. Sta gewoon eens even stil.’
Vredig gaat het er niet aan toe in zijn 12.000 regels tellende dichtwerk. Er wordt verkracht, uiteengereten, uit jaloezie en wraak vernietigd. Ontsnapt aan Apollo’s achtervolging verandert Daphne in een laurierboom. Gestraft na de weefwedstrijd met Minerva verandert Arachne in een spin. Verteerd door eigenliefde smelt Narcissus aan de waterkant en wordt een lentebloem.
‘Het is mijn zwanenzang,’ schertst Frits Scholten die met Metamorfosen zijn laatste tentoonstelling als conservator beeldhouwkunst heeft samengesteld met een opzienbarend oog voor tactiliteit, finesse, samenhang en sublimatie. Wie jarenlang kijkt, gaat zien. Ze gaan hem missen in het Rijks, zoals ik mijn zwangere sfinx ga missen de komende tijd, Sarah: de bewaker van de tempel van papier.
Wanneer ze terugkomt, is ze veranderd in een moeder. Wanneer ze terugkomt, is er een kind. En we hebben altijd prima zonder gekund, maar straks nooit meer. Metamorfosen. Een uitgelezen onderwerp voor deze tijd. Het is zondagmiddag. Ik stuur haar zo deze column door. En dan schrijf ik haar die bijzonder geruststellende woorden, die voorlopig niet meer vanzelfsprekend zijn:
‘Tot morgen, Saar!’
— Nicole Ex,
hoofdredacteur





















