Hans van Straten | ONZE CURATOREN

Hans van Straten (1962) is adviseur beeldende kunst bij het landelijk fonds van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Opgeleid als musicoloog met Rebetika (Griekse blues) als specialiteit, kwam hij in 1993 via de net opgerichte Mondriaan Stichting terecht in fondsenland. Bij het Cultuurfonds behandelt hij alle aanvragen op het gebied van beeldende kunst, van oude tot hedendaagse kunst, fotografie, vormgeving en mode. ‘Ik hoop met mijn tips (beginnende) kunstliefhebbers op weg te helpen in het veelzijdige culturele landschap.’

Website van Hans van Straten

Hans van Straten

De keuzes van Hans van Straten

Museum Oud Amelisweerd

Het kost wat moeite om er te komen, maar dit landhuis, met het bijzondere papieren Chinese behang uit de 18de eeuw en de omringende natuur, is een bezoek waard. Zeker nu er de tentoonstelling TIER - Armando, Darwin, Sinke & Van Tongeren te zien is. Het duo Jaap Sinke en Ferry Van Tongeren heeft zich na een lange reclamecarrière gestort op taxidermie. Hun opgezette beesten en de fotografie daarvan zijn indrukwekkend. In Museum Oud Amelisweerd hebben zij een tentoonstelling ingericht met veel nieuwe objecten, in combinatie met werk uit de Armando Collectie en geïnspireerd op de oude Hollandse meesters. De kamer met de verwijzing naar De bedreigde zwaan van Jan Asselijn (Eregalerij Rijksmuseum) is adembenemend. En de kolibries die voor een aantal werken van Armando lijken te zweven zijn fascinerend. Een prachtig werk is La Vie dans L’Eden met de zeven dodelijkste slangen ter wereld dat door Damien Hirst is uitgeleend. Hirst kocht in 2015 overigens alle opgezette beesten en foto’s van hun galerietentoonstelling in Londen.

Helaas was ik net te laat om naar Armando zelf te luisteren met zijn voorstelling Dierenpraat, maar op tijd voor een heerlijke wortel-rabarbersoep in het naastgelegen restaurant De Veldkeuken.

Perron Oost

Vanzelfsprekend, je moet naar de Watteau tentoonstelling in Teylers Museum én naar Ed van der Elsken in het Stedelijk Museum Amsterdam (vergeet Tinguely niet!) én naar Museum Boijmans van Beuningen voor als je gek bent van surrealisme, én naar Enschede voor In het hart van de renaissance (Rijksmuseum Twenthe). Maar hier word ik ook zo blij van: Museum Perron Oost in de Cruquiusbuurt in Amsterdam Oost. Wellicht het kleinste museum ter wereld: zes vierkante meter. Ooit het bedrijvige terrein van handelaren, rederijen, tussenstop voor vluchtelingen en het domein van krakers, junkies en stadsnomaden, maar sinds de jaren 90 een nieuwe woonwijk. In 1993 redde Joep van Lieshout het perron met opzichtershuisje op de Cruquiusweg van de ondergang. Hij creëerde met restanten van de oude spoorinfrastructuur een gedenkteken voor de buurt, dat later enigszins in de vergetelheid raakte. Sinds 2013 toont het museum verhalen van en met de buurt, en komt het werk van Van Lieshout weer tot leven. Tot 15 februari kan je nog de tentoonstelling ‘A play by Louise B.’ van Piet van de Kar zien. Hij toont tien werken die geïnspireerd zijn op de Frans-Amerikaans beeldhouwster Louise Bourgeois. Een kleine omweg waard als je op weg bent naar überhip Oost.

New York

Na lange tijd mocht ik mij weer eens laven aan het bruisende, nee duizelingwekkende cultuuraanbod in Frank Sinatra’s eeuwig wakkere stad. Een boeiende solotentoonstelling van Pipilotti Rist in het New Museum. En vooruit, de Rolling Stones Exhibitionism tentoonstelling, niet echt verpletterend, maar voor een ongeneeslijk verslaafde Stones-fan is het een feest om zich te kunnen vergapen aan Keith Richards’ eerste 5-snarige gitaar. Indrukwekkender was het werk van de Zuid-Afrikaanse kunstenares Dineo Seshee Bopape in de Art in General galerie in Dumbo (Brooklyn). Met enorme hoeveelheden aarde en klei creëerde zij een soort landschappen, zij beschouwt land als een bewaarplek voor herinneringen en verhalen, maar ook als gastheer van leven en dood. Maar de onvergetelijk klapper was Kerry James Marshall in The Met Breuer. Aangespoord door de vijf ballen-recensie van Pieter van Os, in de NRC van 2 december, kon ik mijn ogen haast niet geloven, wat een prachtig werk dat je telkens op het verkeerde been zet. Aan het lovende artikel van Van Os kan ik niets toevoegen, behalve misschien een extra bal. Ook de uitspraak van Christian Viveros-Fauné op de site van Artnet is veelzeggend: ‘The artist provides a “counter-archive” to more than six centuries of black invisibility.’. Op naar New York!

Tinguely Machinespektakel

Het moet ongeveer 1970 zijn geweest, ik was acht, toen mijn elf jaar oudere en in Amsterdam studerende zus mij voor het eerst meenam naar het Stedelijk Museum in Amsterdam. De Beanery van Edward Kienholtz maakte al enorme indruk, maar toen Jean Tinguely! Ik was gehypnotiseerd door de omvang van de objecten, en je kon ze nog aanzetten ook. En dan dat geluid en die beweging als ik de rode knop voor de tiende keer had ingedrukt. Bij elke logeerpartij moest ik naar het Stedelijk. Nu, 46 jaar later, komt dat gevoel weer terug. Wat maakt de Tinguely tentoonstelling mij ontzettend blij, ondanks de soms zware onderwerpen. Mijn zendingsdrang kent geen grenzen om iedereen over te halen er naar toe te gaan. Ga kijken!

BEKIJK OOK DEZE CURATOREN