Radicale wederkerigheid

Editorial #38

tekst: Nicole Ex

Ik houd van de bouw van haar lichaam, ik houd van de spullen waarmee ze zich omringt, ik houd van de passies en verantwoordelijkheden die met haar wezen komen. Ik houd van het moederschap, van de integere stem die uit haar artistieke werk klinkt, en zelfs van de ontberingen die ze draagt en vaak in eenzaamheid overwint: haar ingeleefde gevoel van schuld en onzekerheid, een tekortschieten dat in windvlagen over haar velden jaagt. ‘Wat is een vrouw?’ vroeg Virginia Woolf zich af in 1931: ‘Ik verzeker je, ik weet het niet… Ik geloof niet dat iemand het kan weten, totdat zij zich heeft uitgedrukt in alle kunsten en beroepen die openstaan voor menselijke vaardigheid.’

‘Wat is een vrouw?’ vraag ik me af. De vraag stellen is haar wezen definiëren en dat wat bepaald is, is begrensd. Het gaat er uiteindelijk ook niet om wat een vrouw is, maar wie en wat zij kan worden: een godin. Hier. Nu. Met dit nummer over godinnen, willen we haar goddelijke kwaliteiten vieren en haar uitzonderlijke, creatieve stem.

In 2018 maakten we ons eerste nummer gewijd aan vrouwen in de kunst, naar aanleiding van het honderdjarige vrouwenkiesrecht in Nederland in 2019. Ik sprak grote woorden op de redactie: ‘Met dit nummer zullen we vieren dat er nooit meer een nummer over vrouwen gemaakt hoeft te worden.’ Ik wist het zeker, we hadden zoveel opmerkelijke vrouwelijke kunstenaars om ons heen gezien. Maar ik was blind en hopeloos naïef.

Onderzoek wees uit dat wij als redactie in een zoete bubbel hadden geleefd, want het verhaal van vrouwen in de kunst is een schaamteloze kroniek van uitsluiting: nul vrouwen in het bejubelde The Story of Art van E.H. Gombrich (1950), nul vrouwen in de vuistdikke klassieker History of Art van H.W. Janson (1962). In de herdrukken was het niet veel beter. Laat staan dat ze werden getoond in de zalen van musea.

Kunsthistorici als ik waren opgeleid met de helft aan kennis en met de halve waarheid. Een kunstgeschiedenis zonder de scheppingskracht van vrouwen was een kwestie van ‘fake news’ tot in de collegebanken. We hadden al die tijd naar kunst gekeken met één oog dicht. Hoe was het mogelijk? Wat zouden we zien als we beide ogen openden? We wisten het goed gemaakt: we zouden heel maken wat half was met Pretty Brilliant: Women in the Arts (2020-2025), een driedelige serie, waarvan het laatste deel voor je ligt. Het moest een pendant van Janson worden: 750 pagina’s, 583 kunstenaars, ontelbare uren aan onderzoek. Wat als rebellie begon, zou in devotie eindigen.

‘Kunsthistorici als ik waren opgeleid met de helft aan kennis en met de halve waarheid’

Aan de hand van gastcurator Catherine de Zegher betraden we de poorten van een universum dat zich voorbij de grenzen van de witte kunstwereld bevond. Het was het schaduwrijk van scheppende godinnen, van makers die maakten, ongeacht of er iemand was om naar hun werk om te zien. Ze leerde ons dat emancipatie in golven komt van dertig jaar, en met elke generatie wordt opgestuwd. Wat het huidige tijdsgewricht toont, is dat die emancipatie inderdaad is als eb en vloed, als een zee die terrein wint en verliest: verworven vrijheden voelen als de bruisende branding, totdat de zee zich weer terugtrekt en de kansen uit het oog verdwijnen.

Vrijwel alle biografieën van vrouwelijke kunstenaars die we hebben geschreven voor Pretty Brilliant verhalen over een innerlijke zoektocht en een externe impasse, over aan de ‘keukentafel’ kunst maken zonder dat iemand kijkt. Werk van Camille Claudel werd eind negentiende eeuw door Auguste Rodin ingelijfd. Het werk van Yayoi Kusama werd door haar moeder vernietigd. Geen enkel museum wilde in de jaren negentig het oeuvre van Hilma Af Klint in de collectie opnemen. Jay DeFeo’s monumentale werk The Rose werd 25 jaar lang verborgen achter een muur in een vergaderzaal van het San Francisco Art Institute. En Louise Bourgeois was zeventig toen ze in 1982 haar eerste solo-expositie kreeg in het Museum of Modern Art, de allereerste solotentoonstelling die het museum wijdde aan een vrouwelijke kunstenaar. Een oeuvre, zo schitterend, dat onmogelijk valt weg te denken uit de kunstgeschiedenis.

Winifred Knights in haar studio in de British School in Londen, 1923
Fig 1. Winifred Knights in haar studio in de British School in Londen, 1923

Ik kan uren kijken naar de studioportretten die we de afgelopen vijf jaar hebben verzameld uit alle delen van de wereld. Zoals ze daar staat, in het centrum van haar eigen wereld, omringd door de schoonheid van haar atelier en bezig met iets dat haar volledig in beslag neemt. Ze heeft het besluit genomen. Ze doet iets wat ze niet kan laten. Ze bouwt aan een blijvende vriendschap met marmer, klei, textiel of verf. Ik geloof dat er geen groter moment is dan een vorm vinden voor dat wat de ziel influistert, geen blijvender gevoel van thuiskomen en bestemming, en met dat onuitsprekelijke geluk zijn deze foto’s doordrenkt. Maar wie langer kijkt, ervaart wellicht ook een spanningsveld, want zoals ze daar opgaat in haar eigen belevingswereld, laat zij misschien ook iets na, is zij ergens niet.

Waar zij niet is, is thuis. Waar zij niet is, is bij huis, haard, man, moeder, vader, kind – in de tuin, bij de was, naast het ziekbed, op het schoolplein. En terwijl ik dit schrijf, voel ik je hand op mijn schouder, weet ik hoe je tenen krommen, verwacht ik dat je zo dadelijk naar me uithaalt: want benoemen en accepteren wat de ‘koan’ is van vrouw zijn: het onoplosbare dilemma en schitterende raadsel – voor wie-wat-waar te zijn en wanneer – is iets waarover we besloten hebben te zwijgen, in ieder geval in de wereld die mij omringt. We doen alsof zwangerschap en moederschap niet meer dan een tijdelijke onderbreking zijn van werk. Het moederschap als thema wordt zelfs op kunstacademies zelfs afgeraden, je zou jezelf er niet mee vooruithelpen, jezelf niet serieus nemen als kunstenaar, omdat niemand dat dan doet. Het geeft aan hoe ver we zijn afgedwaald en het meest wezenlijke hebben verloochend: een moeder hebben, een moeder zijn.

Ik herinner me mijn zoektocht als jonge moeder. Ik herinner me, met mijn eerste baby in de armen, hoe het voelde alsof ik een mulle zandweg was ingeslagen terwijl ik ervanuit was gegaan dat ik gas zou blijven geven op de A2. Hoe eenzaam dat moederschap kon voelen én tegelijkertijd hoe vol en rijk. En hoe werken een gevoel van bevrijding kon geven én tegelijkertijd aan me kon knagen omdat ik eigenlijk thuis wilde zijn. Nee, mijn curriculum is geen carrièreladder, geen glanzende piramide naar de top, mijn levenslijn meandert, kent gaten en stiltes, periodes waarin ik andere (onbetaalde) taken op me nam en waarin ik me, met mijn twee zonen, op de mat lag te vervelen op een grijze dag met regen.

‘Ik herinner me mijn zoektocht als jonge moeder. Ik herinner me, met mijn eerste baby in de armen, hoe het voelde alsof ik een mulle zandweg was ingeslagen terwijl ik ervanuit was gegaan dat ik gas zou blijven geven op de A2’

Als alles in deze wereld intelligent is – dier, plant, zee, steen, ster, mens – en vanuit noodzaak geboren (en dat is zo), dan is ook een vrouw met reden precies goed zoals ze is – een kracht van de natuur, een creatief wezen, een gever, een drager, een bruggenbouwer, een moeder – ook als zij geen kinderen heeft. Én vooral, als we de misogynie in en buiten onszelf ontstijgen, een schitterende godin.

In de indrukwekkende tv-serie The Power of Myth (1988) zegt mytholoog en literatuurwetenschapper Joseph Campbell: ‘Als schepper is het lichaam van de godin het universum zelf. Zij ís tijd en ruimte. Alles bevindt zich binnen in haar. De goden zijn haar kinderen; alles wat je je kunt voorstellen, alles wat je kunt zien, is voortgekomen uit de godin.’ Maar zelfs in de overlevering van de mythologie, werd de positie van de godin in de loop der eeuwen steeds verder ondermijnd. In The Shrinking Goddess: Power, Myth and the Female Body (2024) brengt Mineke Schipper mythen over het vrouwelijke lichaam samen en volgt ze de patriarchale pogingen om haar wezen te temmen. Ook in Nathalie Haynes’ Pandora’s Jar: Women in the Greek Myths (De kruik van Pandora: Vrouwen in Griekse Mythen, 2020) komen vrouwen er bekaaid vanaf. Als ze al onderwerp van gesprek zijn, zijn ze in de loop der tijd steeds vaker afgeschilderd als wraakzuchtig en kwaadaardig.

‘Is the future female? Ik hoop van niet. We hebben geen ‘powervrouwen’ nodig die in rivaliteit een gooi doen naar de zetels van de macht’

In dit nummer reizen we in zes continenten de wereld rond. Per continent schrijft een auteur uit dat werelddeel over een inheemse godin en zijn er een aantal werken van kunstenaars geselecteerd uit het desbetreffende gebied. We ontmoeten de Griekse godin Artemis, de Afrikaanse Yoruba-godin Osun, de Hindoe-godin Kali uit Azië, de Zuid-Amerikaanse Pachamama, de Maori-godin Hine-nui-te-pō uit Oceanië, om in de Arctische wereld de wijze lessen te ondergaan van de smeltende godin van het ijs: ‘Haar oceaan is een enorme koolstofput. Haar ijs werkt als een schild, dat zonlicht en warmte terugkaatst de ruimte in… Ze is je niets verschuldigd, zelfs geen glimlach. In plaats daarvan eist ze wederkerigheid.’

Radicale wederkerigheid. Radicale gelijkwaardigheid. Radicale saamhorigheid. Uiteindelijk is er maar één weg vooruit: radicale liefde en radicale compassie – wat de laatsten der Mohikanen daar ook smalend over menen te moeten zeggen. Is de toekomst aan de vrouw? Is the future female? Ik hoop van niet. We hebben geen ‘powervrouwen’ nodig die in rivaliteit een gooi doen naar de zetels van de macht. Het zou het omkeren van de rollen betekenen en wat levert ons dat op? Sister Miriam James Heidland schrijft: ‘The future is not female. The future is masculinity and femininity healed and restored into the glory of God. That’s the future.’

Ik laat in het midden of je in God wilt geloven, in Boeddha, Allah, in mythologie, in kwantumvelden, of in ‘iets’ dat nog geen vorm voor je heeft of status. Want uiteindelijk komen al onze spirituele aspiraties voort uit één bron: het onbeschrijfelijke wonder dat leven heet, en dat wij stervelingen, mannen en vrouwen, jij en ik, navigeren op zoek naar zelfverwezenlijking en vrijheid. Politicus en activist Nelson Mandela: ‘Ik ben de meester van mijn lot. Ik ben de kapitein van mijn ziel.’

– Nicole Ex,
hoofdredacteur

Dit is het editorial van See All This #38: Pretty Brilliant Women in the Arts vol. III. Bestel het nummer hier.

Recente verhalen