Jop Ubbens | ONZE CURATOREN

Jop Ubbens werkte dertig jaar als voorzitter en 'chief auctioneer' bij veilinghuis Christie’s Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de periode 1780–1950: kunstenaars vanaf de Verlichting tot en met de Modernisten van de Avant Garde, en heeft grote belangstelling voor reiziger–schilders die naar verre oorden trokken zoals Afrika, Azië en (Zuid)Amerika. Ubbens schrijft voor diverse tijdschriften over kunst en is geregeld op BNR nieuwsradio te horen. Onder de naam Ubbens Art adviseert hij particuliere verzamelaars en verkoopt hij werken in consignatie. Momenteel bereidt hij een  boek voor over zijn ervaringen en avonturen in de kunstwereld.

Website van Jop Ubbens

Jop Ubbens

De keuzes van Jop Ubbens

Het thuis van een cultboek

Wie deze winter niet gaat skiën maar naar Rome reist, zou spoorslags een bezoek moeten brengen aan Museo Praz in Palazzo Primoli. Dit is het woonhuis annex rariteitenkabinet van de Italiaanse literator en kunsthistoricus Mario Praz, die in 1933 zijn magnum opus The Romantic Agony schreef. Een cultboek met verwijzingen naar de morbide en erotische motieven in de kunst en literatuur van het 19e eeuwse Europa. Een boek waar ik altijd weer naar terug grijp, dat ik standaard meeneem op vakantie, en waarbij ik me blijf verbazen over zo veel uitgestalde eruditie.

Delacroix

Toch wel een van de allerbelangrijkste Romantici: de schilder Eugene Delacroix (1798-1863). In het Musee d’Orsay hangt het sfeervolle schilderij ‘Eerbetoon aan Delacroix’ (1864) geschilderd door Fantin-Latour, waarop een groep schilder-collegae en vrienden zoals Whistler, Manet en Baudelaire rond het portret van de eerder overleden Delacroix te zien is. Verder is Delacroix natuurlijk bekend van zijn ‘grands formats’ in het Louvre zoals: ‘La Barque de Dante’, ‘Scènes des Massacre de Scio’ en het iconische en politiek geladen ‘La Liberté guidant le Peuple’ over de revolutie van 1830.
Delacroix was bevriend met Chopin, George Sand en Théodore Chassériau en was zelfs zo beroemd dat de Franse staat zijn woonhuis annex atelier tot museum heeft omgedoopt. Op 28 december 1857 betrok de schilder het fraaie huis met ommuurde tuin aan het intieme en charmante 6 Rue de Furstenberg. Hij woonde er tot aan zijn dood in 1863. De reden van zijn overstap naar deze woning betrof de gunstige ligging ten opzichte van de kerk Saint-Sulpice waar hij tussen 1857-1861 aan drie grote fresco’s voor de Kapel van des Saints-Anges werkte. Deze muurschilderingen zijn gewoon te zien, en in combinatie met een bezoek aan het woonhuis heb je weinig verbeelding nodig om op een holletje naar het Louvre te gaan en in te zien wat een groot en invloedrijk kunstenaar hij geweest is.

Museum van het Leger

Het bestaat nog, een museum dat een 19e-eeuwse sfeer ademt. Ik heb het over het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in het Jubelpark te Brussel. Objecten staan er opgepropt en slecht verlicht in donkerbruine vitrines, en de schilderijen hangen op een salon-achtige manier kriskras onder en boven elkaar. Tekstbordjes ontbreken. Desondanks is het er bijzonder aangenaam dwalen. En het is leerzaam. Mijn historische hiaten werden spelenderwijs ingevuld. De mooiste anekdote betrof de expeditie die vijftienhonderd Belgische soldaten in 1864-67 naar Mexico ondernamen om de veiligheid van Keizerin Charlotte te kunnen garanderen, de dochter van Leopold I.
Het is evident voornamelijk een historisch museum, maar de geschiedenis is rijkelijk geïllustreerd met wapens en uniformen in vitrines, schilderijen van forten, charges, veldslagen en portretten van soldaten door o.a. Eugene Verboeckhoven, van Severdonck, Madyol en Lahalle. Het is een absolute aanrader, al was het alleen maar om eens te verdrinken in historische fantasieën van lang geleden. Het militaire museum in Brussel brengt je kort terug in die woelige wereld van oorlogen, ontdekkingen, nieuwe wetenschap, Romantiek, besnorde heersers en bestuurders en grove ongelijkheid. Het is opmerkelijk te constateren dat een klein land als België een dergelijke rijke militaire traditie kende. Dit museum heeft daar het maximale weten uit te halen. Nu nog wat meer tekstbordjes en het is een volmaakt labyrint van leger-rariora.

Wilhelm Kuhnert

Dankzij de Twentse textielbaron G.J. van Heek Jr. bevinden zich honderden schetsen, tekeningen en schilderijen van de Duitse dierenschilder Wilhelm Kuhnert (1865-1926) in museaal en particulier bezit in Nederland. En dan met name in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede, waar Van Heek op zijn kosten speciaal twee zalen liet bouwen, om de vaak grote doeken van deze jager-kunstenaar te kunnen exposeren. Tot ongeveer twee decennia geleden hingen er zijn olifanten, buffels, giraffen, bizons en impala’s op groot formaat. Kuhnert componeerde ze veelal in zijn atelier, bij terugkomst van zijn reizen naar respectievelijk Oost-Afrika, India en Oost-Europa. Beroemd is hij vanwege zijn vele afbeeldingen van leeuwen, hij dankt er zijn bijnaam ‘Lowen-Kuhnert’ aan. Het meest artistiek zijn feitelijk zijn olieschetsen die hij, geweer en penseel tegelijkertijd in de aanslag, met gevaar voor eigen leven ter plekke vervaardigde. Hierop zie je zijn vrije en losse wijze van schilderen zoals op deze Impala uit 1905 (27 x 40 cm). Zijn werken worden nog steeds gezocht door vele verzamelaars in de VS en Europa, en wij mogen blij zijn dat we er af en toe van mogen genieten. Zo is momenteel het werk 'Leeuw' in Twenthe op zaal te zien.