BLOG

4x Kijken naar Krasiński

Door Redactie See All This | september, 2017

Na een bezoek aan een tentoonstelling kun je de deur uitlopen met het idee dat iets je is ontgaan. Maar dat is het mooie aan kunst. Daar waar dingen oningevuld blijven, ga je vanzelf verhalen maken. Elk nieuw perspectief kan een verhaal weer laten kantelen, en je ogen openen voor dingen die er altijd waren maar ineens uit de schaduw kruipen. Daarom bezoek ik voor See All This vier keer dezelfde tentoonstelling met vier mensen, ieder met een andere achtergrond, leeftijd en interesse. Om het werk steeds opnieuw en anders te zien. 

Edward Krasiński, Intervention, 1969, Zalesie, by Eustachy Kossakowski, ©Anka Ptaszkowska and archive of Museum of Modern Art Warsaw, courtesy Paulina Krasinska and Foksal Gallery Foundation

Tekst: Robin van den Maagdenberg

Leven achter het ijzeren gordijn

Edward Krasiński (1925-2004), nog tot 15 oktober te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam, was een Poolse avant-gardekunstenaar. Hij maakte schilderijen en sculpturen, en combineerde die twee kunstvormen vaak. Daarnaast zag hij zijn gehele atelier als een kunstwerk, waarin hij speelde met de functies van een ruimte. Hij leefde achter het IJzeren Gordijn, in een land waar moderne kunst verboden was. Landgenoot Anna Chojnacka, directeur van de 1% club, groeide als klein meisje op onder hetzelfde regime. Als we door de tentoonstelling lopen, vallen de blauwe lijnen die overal uit de kaders van de schilderijen breken haar het eerst op: ‘Alsof Krasiński via zijn werk een ontsnappingsroute zocht. Dat hij dit werk durfde te maken is bijna ondenkbaar. Je kon in die tijd nooit jezelf zijn. Mensen hielden elkaar in de gaten, maar niemand zag je voor wie je echt was. Iedereen leidde een dubbelleven.’ Die dubbelheid komt terug in Krasiński’s werk, valt ons meteen op. We wandelen langs een kast die volgestouwd lijkt te zijn met boeken. Als je goed kijkt blijkt het een foto, geplaatst voor een kast. Daarmee toont hij de realiteit van dat moment, waarin niets was wat het leek. Het lijken zware thema’s die Krasiński aanraakt, maar overal schijnt de kinderlijke speelsheid er doorheen.

‘Hij zoekt openingen in een gesloten systeem. Hoe creëer je binnen de bestaande beperkingen de maximale ruimte voor jezelf om toch te kunnen doen wat je moet doen? Ik denk zelf ook altijd, als je iets voor elkaar wilt krijgen is er een weg, die Poolse erfenis delen we.’ – Anna Chojnacka

 Speelse humor en wodka

Krasiński was medeoprichter van Galeria Foksal in Warschau. Door het een volksinstituut te noemen kon hij er niet alleen kunst tonen, maar werd de plek ook betaald door het communistische regime. Hij liet zo het dubbelspel slim voor zich werken. Kunstenaar Ronald Ophuis liep in 1998 nietsvermoedend de galerie in Warschau binnen en werd uitgenodigd voor een bezoek aan het atelier van de kunstenaar, dat zich in een treurige Sovjet-flat bevond. Dat het 11 uur ’s ochtends was, belette Krasiński niet om een fles wodka uit de kast te trekken. Niets in het atelier was wat het leek. Op het toilet wist je niet hoe je moest doortrekken, omdat het doortrekkoord aan de andere kant van de ruimte in een schilderij was verwerkt. ‘Door te spelen met de ruimte, wilde hij misschien zijn eigen ruimte oprekken en zo een gevoel van beklemming transformeren,’ denkt Ophuis. Uren laten ging Ophuis, euforisch en strompelend door de wodka, het atelier weer uit, maar niet voordat hij dikke zoenen had gekregen van de meester zelf.

‘De materialen waarmee hij werkt zijn simpel. Blauw tape kon je overal krijgen. De lijn kwam altijd op de hoogte van zijn hart, vertelde hij me toen, al weet ik dat niet meer zeker. Het is wel een poëtische verklaring.’ – Ronald Ophuis

 

De zaal danst, de ruimte kantelt

Kunstenaar Tjebbe Beekman wordt acuut vrolijk als we de tentoonstelling binnengaan. Hij laat zich meeslepen door het werk van Krasiński, roept uit dat hij er jaloers van wordt en het liefst direct weer zijn eigen aterlier in wil duiken. Het is verleidelijk om met een kunstenaar in de buurt het werk van Krasiński eens grondig te analyseren, maar Beekman lijkt die neiging helemaal niet te hebben. Af en toe roept hij enthousiast iets over het werk, verder kíjkt hij vooral, met een intense blik, waardoor ook ik steeds minder moeite doe om het werk te duiden en steeds meer ga zien. We lopen stilletjes verder. Eerst langs platte ruimtes op doek, dan langs schilderijen die sculpturen worden om vervolgens in de zaal met spiegels aan te komen waar de hele zaal lijkt te gaan dansen. Een sluitend verhaal over wat we zien is niet nodig. We kijken en alles valt op zijn plek.

‘We zijn gewend om alles snel te bekijken. Dat kan hier niet. Er zit beweging en energie in het werk. Als je heel goed kijkt, gaat het stromen. Daar verdwijnt de lijn en optisch komt-ie dan weer achter uit het doek tevoorschijn, om vervolgens op de muur weer verder te gaan en alles te verbinden. De hele ruimte begint te kantelen.’ – Tjebbe Beekman

Een fopkoning

Om te kijken of Krasiński’s kinderlijke blik aansluit bij de wereld van een kind, neem ik de zevenjarige Levi Jacobs mee. Hij wil meteen aan het koord van het toilet trekken, dat nu in de tentoonstelling hangt. Even later kan ik nog net voorkomen dat hij Dokter Bibber gaat spelen met een gekrulde ijzerdraad die onderdeel is van een van de sculpturen. Als we aankomen bij een halve deur die niet open kan en we daarna filmbeelden bekijken van Krasiński’s atelier, vol nepmuizen en ander kattenkwaad, wordt hij pas echt enthousiast. ‘Dit is echt een fopkoning’. Voordat we de tentoonstelling verlaten staan we even oog in oog met de foto van de kunstenaar. Levi heeft het wel gezien en wil liever gamen. Als iemand dat had begrepen was het Krasiński wel.

‘Je denkt, ik doe gewoon even de deur open. Maar die zit vastgelijmd. Wat misschien ook nog leuk was geweest, als je de deur van zijn atelier open had gedaan dat daar dan een vogelverschrikker zou staan. Als je binnenkomt, schrik je je rot en ren je weg omdat je denkt dat dat de kunstenaar is. Als de kunstenaar dan komt kijken, denkt hij: hè, waarom is mijn gast nou weg.’ – Levi Jacobs


De tentoonstelling Edward Krasiński is nog te zien tot 15 oktober in Stedelijk Museum Amsterdam.

Reacties op 4x Kijken naar Krasiński

laat een reactie achter

Uw beoordeling