Timo de Rijk | ONZE CURATOREN

Timo de Rijk (1963) is gespecialiseerd in hedendaagse vormgeving. Voordat hij directeur werd van het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch was hij hoogleraar designgeschiedenis aan de TU Delft en de Universiteit Leiden. Ook was hij voorzitter van de Rotterdam designprijs, had zitting in de adviesraad van de Gerrit Rietveld Academie, was ambassadeur van platform What Design Can Do en hij is voorzitter van de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers.

Website van Timo de Rijk

Timo de Rijk

De keuzes van Timo de Rijk

Het brutale respect van Etnomanie

Rotterdam is het multiculti laboratorium van Nederland. Terwijl het Stedelijk Museum Amsterdam zich voor laat staan op de fotografie van Zanele Muholi met zijn [sic] zwarte LGBTQI-identiteit, treedt Rotterdam zonder samengeknepen billen de niet-westerse culturen en hun geschiedenis tegemoet. Style profiler Ellie deed een stevige greep in de enorme collectie antropologische foto's van het Nederlands Fotomuseum en bewerkte geheel naar eigen modieus inzicht de piepkleine documentairekiekjes. Enorme banieren met prints van Gabonese zusjes, Parsi kooplui, krijgers van Nias, Jamaicaanse slaven, Tahitiaanse jongens en een enkele man of vrouw in Zweedse, Duitse of Zeeuwse klederdracht kijken nu op ons neer, niet als voorouders maar als fictieve mode-iconen voorzien van Warhol-achtige kleurvlakken. Bij Etnomanie geen culturele toe-eigening, geen politieke correctheid, maar een brutale, eigenzinnige mode-exercitie. En dus respectvol.

Kranen/Gille

Dutch Design is zo'n beetje aan z'n vierde, misschien wel vijfde generatie toe. Een opvallende exponent van de laatste jaren is zonder twijfel het ontwerpduo Kranen/Gille, gevestigd in 's-Hertogenbosch. Jos Kranen en Johannes Gille ontmoetten elkaar op de Design Academy Eindhoven en werden bekend met hun eerste stoel 'A Forest Chair' die ze in 2007 toonden op de Salone del Mobile in Milaan. De tentoonstelling 'De industriële natuur van Kranen/Gille' in het Noordbrabants Museum is dan ook al een jubileumtentoonstelling en een overzicht van tien jaar samenwerking. Het werk van het duo bestaat veelal uit interieurproducten met een ogenschijnlijk merkwaardige mengeling van bekende historische industriële onderdelen en aandacht voor de natuur. In het bijzonder zijn Kranen/Gille geïnteresseerd in de anonieme ingenieursprojecten voor schepen en bruggen. Tegelijkertijd inspireren ze zich op de precieuze natuurfoto's van fotograaf Karl Blossfeldt, die al in de jaren rond 1900 een enorme inspiratie was voor sierkunstenaars. Kranen/Gille is Dutch Design anno nu.

Blauw-Oranje in Rotterdam

Galerie Vivid in Rotterdam is de enige Nederlandse designgalerie die internationaal werkzaam is. De galerie is al jaren present op de designsectie van zowel Art Basel als Art Miami, met Nederlandse en internationale vormgeving. Aad Krol en Saskia Copper begonnen in 1999 tijdens de eerste golf van Dutch Design, waarmee toen nog nauwelijks geld te verdienen viel. Na afloop van de eerste tentoonstelling van Hella Jongerius kochten ze de prototypes maar zelf, al deed de vraagprijs nauwelijks meer dan 100 gulden. Nu is de galerie gevestigd op de begane grond van appartementengebouw Red Apple, niet ver verwijderd van zowel de Markthal als de Willem de Kooning Academie. In die mooie ruimte brengen Krol en Copper elke paar maanden een nieuwe tentoonstelling. Het afgelopen jaar toonden ze bijvoorbeeld werk van zeer uiteenlopende ontwerpers als Ettore Sottsass, Christie van der Haak en Emmanuel Babled. Tot 19 maart heeft de kunstenaar-ontwerper Arnout Meijer de verbluffende lichtinstallatie ‘336 m3 blue/orange’ voor de galerieruimte gemaakt. Ja, natuurlijk is de ruimte 336 kubieke meter en natuurlijk bestaat de lichtsculptuur uit blauw en oranje licht, maar de ervaring van de installatie gaat, in de woorden van Meijer, over: ‘de beweging van de zon, de gekleurde lucht, de voorwerpen in de ruimte, een voorbijrijdende rode auto, die allemaal samen een gelaagde realiteit zijn.' Oftewel: je moet er zelf gaan kijken. Nu in Rotterdam, straks weer in het buitenland.

 

MacGuffin

Het derde nummer is net uit en MacGuffin heeft, in nauwelijks een jaar tijd, al een cultstatus bereikt. Vorig jaar werd het tijdschrift verkozen tot Magazine of the Year (Stack Awards voor onafhankelijke tijdschriften). Nadat het Britse designtijdschrift Wallpaper na het vertrek van diens hoofdredacteur Tyler Brûlé een zouteloos vehikel voor interieurarchitecten en meubelfabrikanten was geworden, bleef het even stil op het gebied van designtijdschriften. Het bleek een stilte voor de storm. Een wervelwind met soms obscure tijdschriften als het inmiddels ter ziele Amerikaanse Nest en het Spaanse Apartamento waren weliswaar soms moeilijk te vinden in de kiosk, maar namen al gauw bezit van de hoofden en harten van designliefhebbers. Waar de meeste independents aandacht besteden aan heel persoonlijke interieurs, neemt MacGuffin schijnbaar triviale onderwerpen onder de loep. Het eerste nummer was gewijd aan het bed, het tweede aan het raam en het derde nummer is gewijd aan het touw. Met splijtende teksten over bijvoorbeeld bondage en de betekenis van de knoop, met auteurs als Chris Kabel en Arnon Grunberg, maar vooral met beeld dat uw dagelijkse werkelijkheid voorgoed verandert. Blijf See All This lezen, en koop ook af en toe een MacGuffin!